Berlin means boys

In 1929 vertrok de jonge schrijver Christopher Isherwood naar Berlijn. De geplande vakantie van een week zou uitlopen tot een verblijf van vier jaar. Het Berlijn uit die tijd was een homomekka vol perversie, exces en putch. Isherwoods verhalen uit die periode spreken nog steeds tot de verbeelding.

Tekst: Gideon Querido van Frank

dit artikel verscheen eerder in sQueeze

In zijn dagboeken somt de 25-jarige Isherwoord een aantal redenen op waarom hij zijn vriend W.H. Auden in Berlijn komt opzoeken. Hij zou er naar toe gaan om op zich zelf te wonen, een vreemde taal te leren, rustig aan zijn roman te werken en als buitenlands politiek correspondent artikelen voor Engelse kranten te schrijven. Maar de belangrijkste reden verwoordt hij tussen neus en lippen in het allesomvattende zinnetje “Berlin means boys.”

En hij had gelijk. Toen in 1917 het eens zo machtige keizerrijk Duitsland de Eerste Wereldoorlog verloor en werd vervangen door de progressieve Weimarrepubliek, trokken alle vrijdenkers van Europa naar Berlijn: het epicentrum van ruimdenkendheid en vooruitgang. De socialistische republiek Duitsland, en Berlijn in het bijzonder, stond aan de vooravond van een korte periode waarin sociale en seksuele vrijheid hoog op de agenda stond. En dat was exact waar de jonge Isherwoord naar op zoek was.

Bubes

Het was geen toeval dat juist in deze tijd de joodse seksuoloog Magnus Hirchfeld (‘Tante Magnolia’ voor intimi) furore maakte. Al in het begin van de twintigste eeuw schreef Hirchfeld boeken waarin hij – in tegenstelling tot de toen heersende opvatting – homoseksualiteit niet als een ziekte of een afwijking zag, maar als een variatie op de heteroseksuele man/vrouw-tweedeling. Homoseksualiteit noemde hij het drittes Geschlecht en in de liberale Weimarrepubliek vonden zijn boeken gretig aftrek. Met overheidsgeld richtte Hirschfeld Das Institut für Sexualwissenschaft op: een verantwoord instituut waar serieuze lezingen ter bevordering van de emancipatie van homoseksuelen werden gehouden. En ook andere wetenschappers en politici beijverden zich voor de homo-emancipatie. Duitsland nam hiermee een unieke plaats in Europa in.

De Kneipen en Cabarets waren berucht in heel Europa. Het beroemde Berlijnse hedonisme vierde hier hoogtij : travestie, naaktdansen en naaktperformances. En veel champagne.

Dit soort theoretische discussies waren leuk en aardig, maar waren natuurlijk niet écht de reden waarom Isherwood naar was Berlijn gekomen. De jonge schrijver was op zoek naar avontuur en naar de grote liefde, een zoektocht die in het homofobische Engeland onmogelijk was. Hier in Berlijn werd Isherwood op zijn wenken bediend: met gemak pikte hij voldoende jongens op,  het Berlijn van die tijd telde meer homokroegen dan het New York van vandaag de dag. Stamkroeg van de vrienden Isherwoord en Auden was de Cosy Corner (Zossener Straße 7). In zijn mémoires Christoper and his Kind vertelt de bejaarde Isherwoord dat hij nog steeds trillende benen krijgt, denkend aan het moment waarop hij bij binnenkomst in de Cosy Corner het grote leren doek, dat voor de deur hing, opzijschoof. Want een wereld ging daar voor hem open: de Cosy Corner werd voornamelijk bevolkt door Bubes, ruwe jongens van lagere komaf, die een zakcentje verdienden door met heren mee naar huis te gaan. Meestal opereerden ze in groepen: zes tot acht Bubes trokken in leder- of in marinekostuum van kroeg naar kroeg. In het urinoir werden ze door potentiële klanten op lengte gekeurd. Bijzonder populair waren de zogenaamde Breslauers (genoemd naar de groot uitgevallen Duitse stad).

Kneipen en Cabarets

Homokroegen waren er in Berlijn in verschillende soorten en maten. Was de clientèle van de Cosy Corner jong en ruw, de Moustache-lounge (Gormannstraße 2) werd voornamelijk bezocht door mannen tussen de veertig en zestig jaar uit de hogere klassen. Hier sprak men voornamelijk over politiek, literatuur en kunst en rookte men mondain opium. De Adonis-lounge (Alexandrinenstraße 128) werd voornamelijk bevolkt door Coolies, groepen straight- acting gymnasiumasten op zoek naar seks. Voor een gratis biertje of stuk worst (!) was dat makkelijk te vinden bij Blaue Knaben (bendes straatarme jongenshoeren van tussen de 14 en de 18). Kabaret Der Spinne (Alte Jakobstraße 174) stond bekend werd voornamelijk bevolkt door Tantes (travestieten) en de verkrijgbaarheid van goedkope cocaïne.

De Kneipen en Cabarets (bijzonder populair bij dames in Dietrich-smoking) waren berucht in heel Europa. Hier vergaapten Isherwood en zijn vrienden zich aan het beroemde Berlijnse hedonisme: travestie, naaktdansen, sm en naaktperformances en veel champagne.

Vooral Die Weisse Maus (Jägerstraße 18) was populair en is in Isherwoods Berlin Stories en in Cabaret onsterfelijk gemaakt als de beruchte Kit Kat Klub. Hier trad Anita Berber, hogepriesteres van het exces, op. Avond na avond zorgde de biseksuele Berber voor opspraak. Dronken plaste zij op het podium in champagne-glazen, danste met pythons, stak Pruisische vlaggen in de fik, masturbeerde terwijl zij het volkslied zong en werd tenslotte ontslagen toen zij flessen brandy tegen het hoofd van de uitbater gooide. Maar Berlijn verafgode haar. De opleving en acceptatie van dit soort uitwassen waren niet alleen het gevolg van de liberale kijk in Duitsland op seksualiteit, maar ook van het feit dat linkse kunstenaars en intellectuelen – voor een korte periode – de macht hadden: prominente acteurs, schrijvers en kunstenaars zoals Conrad Veidt en Klaus Mann deden niet alleen mee aan dit soort experimentele performances, maar verheven deze tot (politieke) kunst.

En dan brandt de Rijksdag af en grijpt de partij van Hitler de macht.

Putch

Isherwood is de ultieme chroniqueur van deze periode. Hij stond erbij, keer er naar (of beter: deed er aan mee) en schreef alles wat hij zag op. Maar Isherwoods verhalen gaan niet alleen over vrijgevochten hedonisme. Want hij was ook getuige van een bankroet Duitsland: inflatie en armoede leidde tot wanhoop, hongerdood en vooral haat. Naarstig zocht men een zondebok. Communisten en nationaal-socialisten streden om de macht. De communistische leiders Rosa Luxemburg en Karl Liebknecht werden gelyncht na de mislukte Spartacusrevolutie en geleidelijk aan werden de nationaal-socialisten steeds populairder. Meer dan het subversieve exces gaan de verhalen van Isherwood over de gewone man: arme middenstanders, pensionhoudsters, joden, moeders, communisten, patjepeeërs, varieté-artiesten, hoeren en fascisten die vol afschuw of vol enthousiasme naar het heden en de steeds grimmiger wordende toekomst kijken. En dan brandt de Rijksdag af en grijpt de partij van Hitler de macht. Degenen die kunnen vluchten pakken uiteindelijk hun biezen, de rest is gedoemd onder te gaan. Isherwood vluchtte in 1933 uit een nachtmerrieachtig Berlijn. De tijden van het progressieve hedonisme boden geen houvast meer en waren voorgoed aan flarden geslagen. In de laatste scène van de musical Cabaret is het bonte orkest van de Kit Kat Klub gereduceerd tot een paar sjofele muzikanten; de ondergang heeft zich allang voltrokken.

 

Bron: sQueeze